Open of exclusief: een fundamentele keuze
Wat als je moet kiezen tussen de relatie die je lief is en de relatievorm die je nodig hebt? Kies je voor ruimte of exclusiviteit? En wat als je partner anders kiest? Soms betekent trouw blijven aan je eigen keuze dat je elkaar moet loslaten.
Je partner wil de relatie openen, maar jij weet niet of je dat aankunt. Of misschien ben jij juist degene die verlangt naar meer ruimte, terwijl je partner exclusief wil blijven. Of je voelt aangetrokken door iemand die al een partner heeft, en die relatie niet wil verbreken. Dan lijkt de vraag al snel: wie moet zich aanpassen? Moet de één behoefte aan vrijheid opgeven of moet de ander leren omgaan met iemand anders in het leven van diens partner? Maar onder die strijd ligt een fundamentelere keuze. Een keuze die ieder uiteindelijk alleen voor zichzelf kan maken: Kies ik voor wederzijdse ruimte voor anderen, of kies ik voor wederzijdse exclusiviteit — en ben ik bereid de consequenties van die keuze te aanvaarden?
Geen lusten zonder lasten
Keuzes komen met consequenties. There is no free ride. Ruimte voor anderen is een garantie voor meer reuring in je relatieleven. Meer en andere verbinding en seks is vaak fijn, maar communicatie, emoties en planning worden vaak (soms een stuk) moeilijker. Omgekeerd kan de keuze voor exclusiviteit óók zorgen voor spanningen, omdat iemand zich beknot voelt en gefrustreerd raakt.
Wederkerigheid als uitgangspunt
In mijn opvatting als relatiecoach staat wederkerigheid centraal. Wie van een partner exclusiviteit verlangt, kiest daarmee ook zelf voor exclusiviteit. Wie voor zichzelf ruimte verlangt voor anderen, laat diezelfde ruimte aan de partner. Eten van twee walletjes, ruimte voor jezelf én beperking van je partner, past niet in waar ik aan mee wil werken.
Dat betekent niet dat partners hetzelfde hoeven te doen. Neem partners A en B. B kan bijvoorbeeld seks of een relatie met iemand anders hebben, terwijl A uitsluitend een relatie met B heeft en helemaal geen behoefte heeft aan anderen. De afspraak is desondanks wederkerig: de ruimte die B heeft, heeft A in beginsel ook. De keuze gaat dus niet in de eerste plaats over de vraag: wil ik zelf seks of relaties met anderen? De keuze gaat over de relationele afspraak waarvoor ik bereid ben te kiezen.
Keuze 1: open – ruimte voor anderen
Ik kies voor een relatievorm waarin zowel mijn partner als ik ruimte hebben voor seksuele en/of romantische verbindingen met anderen?
Daarmee aanvaard ik als mogelijke consequenties:
- dat mijn partner(s) die ruimte daadwerkelijk kan gebruiken en dat die seks, intimiteit, verliefdheid en/of een relatie met iemand kan/kunnen hebben;
- dat een verbinding met een ander belangrijk en mogelijk duurzaam kan worden;
- dat tijd, aandacht, seksualiteit, intimiteit en mogelijk commitment met anderen worden gedeeld;
- dat dit ingewikkelde emoties kan oproepen, zoals jaloezie, onzekerheid, angst of verdriet;
- dat dit invloed kan hebben voor mijn positie bij mijn partner(s);
- dat ik niet voor mijn partner(s) kan bepalen hoe gevoelens en verbindingen met anderen zich ontwikkelen;
- dat ik, als ik zelf van die ruimte gebruik wil maken, partners dien te kiezen heb die óók ruimte laten voor anderen;
- dat mijn partner niet voor deze relatievorm hoeft te kiezen en onze relatie daarom kan eindigen.
Als er ruimte is, betekent dat niet automatisch dat álles kan en dat het meteen. Het openen van een relatie vraagt zorgvuldigheid, geduld en goede afspraken. Een open relatie kan bijvoorbeeld ruimte bieden voor seks met anderen, maar niet voor andere liefdesrelaties. In een polyamoreuze relatie is er juist ook ruimte voor meerdere liefdesrelaties. Wie voor openheid kiest, krijgt daarom een volgende vraag te beantwoorden: waarvoor willen we dan precies ruimte maken en welke afspraken en grenzen horen daarbij? Met die invulling lopen we het rijtje consequenties nog eens opnieuw af.
Keuze 2: exclusief – geen ruimte voor anderen
Ik kies voor een relatievorm waarin mijn partner en ik seksuele en/of romantische exclusiviteit met elkaar afspreken.
Daarmee aanvaard ik als consequenties:
- dat ik zelf afzie van seksuele en/of romantische verbindingen met anderen;
- dat dit ook betekenis krijgt wanneer ik iemand ontmoet tot wie ik me sterk aangetrokken voel of op wie ik verliefd word;
- dat ik alleen een exclusieve relatie kan hebben met iemand die eveneens vrijwillig voor exclusiviteit kiest;
- dat ik mijn partner niet kan verplichten om voor exclusiviteit te kiezen;
- dat onze keuzes onverenigbaar kunnen blijken als mijn partner wel kiest voor ruimte met anderen;
- dat die onverenigbaarheid kan betekenen dat onze relatie eindigt.
Ook exclusiviteit heeft dus een prijs. Ik vraag niet alleen van mijn partner om af te zien van bepaalde verbindingen met anderen, maar kies daar zelf eveneens voor.
Ik kan alleen mijn eigen keuze maken
Dit wordt vooral moeilijk wanneer partners verschillend kiezen. A kan zeggen: Ik kies voor exclusiviteit. Ik wil geen relatie waarin mijn partner seksuele of romantische verbindingen met anderen heeft. Maar daaruit volgt niet dat B dus voor exclusiviteit moet kiezen. Omgekeerd kan B zeggen: Ik kies voor een relatie waarin er ruimte is voor anderen. Maar daaruit volgt niet dat A dus moet leren leven met een open relatie. Beiden hebben de vrijheid om een eigen keuze te maken.
Dat geldt ook voor een derde persoon C. Stel dat B een relatie met A heeft en daarnaast een verbinding met C wil aangaan. C weet misschien vanaf het begin dat A bestaat. Dat betekent niet automatisch dat C zelf meerdere partners wil of dat een niet-exclusieve relatie gemakkelijk is. Ook C zal moeten bepalen of een relatie waarin B ruimte heeft voor A én C een relationele vorm is waarvoor C werkelijk kan kiezen.
Daarmee komen we bij de kern: Ik kan en mag mijn eigen keuze maken, maar niet die van mijn partner. Als onze keuzes niet met elkaar verenigbaar zijn, moet ik aanvaarden dat dit het einde van onze relatie kan betekenen.
Als liefde niet genoeg is om het verschil op te lossen
Juist die consequentie kan moeilijk te aanvaarden zijn. Partners die van elkaar houden zoeken begrijpelijkerwijs naar een oplossing waarmee ze én elkaar kunnen behouden én niet hoeven op te geven wat voor hen wezenlijk is. Soms lukt dat. Iemand die aanvankelijk grote moeite heeft met een open relatie kan ontdekken dat meer ruimte toch passend is. Iemand die verlangt naar ruimte voor anderen kan ontdekken dat exclusiviteit uiteindelijk goed bij hem of haar past. Maar soms wordt juist duidelijk dat het verschil niet opgelost kan worden zonder dat één van beiden iets opgeeft wat voor hem of haar fundamenteel is. Dan is de vraag niet meer: hoe krijg ik mijn partner zover dat hij of zij voor mijn gewenste relatievorm kiest? De vraag wordt: Voor welke relationele afspraak ben ik zelf werkelijk bereid te kiezen, inclusief de consequenties daarvan? Want uiteindelijk kan ik mijn partner niet laten kiezen voor een open relatie of polyamorie. Ik kan mijn partner ook niet laten kiezen voor exclusiviteit.
Ik kan alleen mijn eigen keuze maken — en verantwoordelijkheid nemen voor wat die keuze betekent.

